Het belangrijkste wat ik me herinner van mijn allereerste ecstatic dance-ervaring is niet de muziek.
Niet de plek.
Niet de mensen.
𝘏𝘦𝘵 𝘪𝘴 𝘷𝘰𝘰𝘳𝘢𝘭 𝘩𝘦𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘨𝘦𝘯.
𝘌𝘦𝘯 𝘥𝘪𝘦𝘱 𝘪𝘯𝘯𝘦𝘳𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘷𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘨𝘦𝘯 𝘰𝘮 𝘷𝘳𝘪𝘫 𝘵𝘦 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘪𝘯 𝘮𝘪𝘫𝘯 𝘦𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘭𝘪𝘤𝘩𝘢𝘢𝘮.
Om te bewegen zonder me druk te maken over hoe het eruit ziet.
Om gewoon helemaal te mogen zijn wie ik ben, zonder mezelf in te houden.
Ik zag daar mensen bewegen op een manier die ik lang niet meer had gezien.
Speels. Ongefilterd. Zonder schaamte.
Blij, vrij, wild, stil, klein, groot.
Alles was zoals het was.
En ik voelde: dat wil ik ook.
Niet alleen omdat ik het mooi vond, maar vooral omdat het echt was.
Alsof mijn lichaam zich iets herinnerde wat ik ergens onderweg kwijt was geraakt:
Vrijheid.
Levendigheid.
Ruimte.
Die ervaring liet me niet meer los.
Ik ging vaker dansen. Eerst onwennig, zoekend.
Later vrijer. Losser. Meer mezelf.
Sindsdien is dansen voor mij veel meer dan bewegen op muziek.
Het is een plek waar ik mezelf terugvind.
Waar ik spanning loslaat.
Waar ik altijd weer voel dat ik LEEF.
Het is een plek waar ik me thuis voel.
Dans werd niet alleen mijn passie.
Het werd een ingang.
Naar voelen.
Naar thuiskomen.
Naar leven vanuit iets dat dieper ligt dan denken.
En uiteindelijk ook naar hoe ik mijn werk doe.
Want dat is precies wat ik zie gebeuren bij de vrouwen met wie ik werk.
Dat verlangen om weer echt contact te maken met hun lichaam.
Met wat er vanbinnen beweegt.
Niet perfect. Wel echt.
Die eerste stap naar beweging, letter of figuurlijk, is een belangrijke sleutel naar vrijheid in jezelf.
Herken jij dat verlangen?

